maandag 16 april 2012

Een wijntje zonder flauwekul


"Deze wijn ruikt als stenen die na een regenbui drogen in de Spaanse middagzon" schrijft de wijnkenner van het Vlaamse dagblad 'De Morgen'. Zou dat bedoeld zijn als compliment? Over diezelfde wijn: "Hij refereert licht naar kersen, met een kruidige afdronk" (of woorden van gelijke strekking: ik heb de krant niet meer). Waarom zijn wijnrubrieken toch altijd vergeven van dit soort mislukte lyriek? Een wijncursiefje lijkt wel een alibi om straffeloos dronkenmansproza te debiteren. En daarmee doel ik echt niet op het typische wijntaaltje (afdronk, body, robe, lengte etc.) waar veel mensen zo boos en overstuur van raken. Een bepaalde terminologie heb je nu eenmaal nodig om iets zinnigs over wijn te zeggen, wil je tenminste verder komen dan algemeenheden als 'lekker'. Ter illustratie daarvan de volgende anekdote.

Ik werkte nog niet zo lang in de boekhandel toen ik eropuit gestuurd werd om een fles wijn te kopen bij de naburige wijnhandel. Er kwam een auteur signeren en toentertijd kregen die niet meer dan een boekenbon en 'een lekker flesje'. Mijn wijnkennis reikte niet veel verder dan de slobberwijntjes die ik als student van de lokale supermarkt betrok: witte 'Droe Steen' uit Zuid-Afrika en goedkope Franse merlot in de bekende scheve flessen van J.P.Chenet. Lekkere doordrinkers voor elk moment van de dag, maar met serieuze wijn had het allemaal niks te maken natuurlijk.

Met de nodige schroom stapte ik dus over de drempel van de wijnhandel. Ik voelde mij net een boertje dat in de stad chique kleren gaat kopen. Binnen waren geen bordjes om enige richting te verschaffen aan de kandidaat-wijnkoper. Op de gok liep ik naar een kast en begon aandachtig wat etiketten te bestuderen. "Kan ik u helpen?" klonk het achter mij. De eigenaar keek mij een beetje verstoord aan vanachter de toonbank. "Ik zoek een rode wijn." begon ik schaapachtig. "Voor een cadeautje." Ik dacht even na of mij nog iets te binnen schoot. "lekker fruitig." voegde ik eraan toe. De wijnhandelaar bekeek mij met groeiend misprijzen. "Fruitig? Wat bedoelt u met fruitig?". Hij kwam nu dreigend op mij toegelopen. "Een fruitige wijn is een wijn die naar fruit smaakt. Kunt u wat preciezer zijn?" Ik had ineens veel spijt van mijn onbezonnen uitlating. "Ik kom nog wel eens terug." mompelde ik en verliet haastig de winkel. Bij de supermarkt op de hoek kocht ik de fles bordeaux met het grootste chateau op het etiket en keerde boekhandelwaarts.

vrijdag 23 maart 2012

Ontmaskerd

'Deze week: alle kleurlingen 5 euro korting' las ik vanmorgen in mijn ooghoek op het raam van de kapperszaak. Een dermate politiek incorrecte 'verlezing', dat ik er zelf even van stond te kijken. 'Stond' moet men niet letterlijk opvatten, want ik fietste intussen gewoon verder. Wel was ik blijkbaar zo van mijn à propos geraakt dat ik helemaal vergat op tijd rechtsaf te slaan, waardoor ik zogezegd onbewust een volkswijk was binnengereden waar ik nog nooit eerder was geweest. En zo fietste ik ineens te midden van ... net die gekleurde medeburgers ten koste van wie mijn onderbewustzijn juist daarvoor zo'n smakeloze woordspeling had gemaakt.

Ik moest denken aan een reislustige vriend, die ooit bij een Israëlisch echtpaar ging eten. Overmand door alle voedsel en vooral alle drank die hem onophoudelijk was opgedrongen, bedankte hij aan het einde van de avond zijn gastheer en -vrouw met de wat ongebruikelijke formule "Thank you for your hostility".
Ik was gewoon een beetje moe, verklaarde mijn vriend zijn slip of the tongue. Natuurlijk, maar is dat niet juist het moment waarop een ongepaste, want vijandige gedachte erin slaagt de innerlijke censor te passeren? "The ego is not master in its own house" om Freud, de bedenker van al dit moois eens (hopelijk niet ten onrechte) aan te halen.

Versprekingen en verlezingen, ze komen zo veelvuldig voor dat diezelfde Freud ze de ‘Psychopathologie des Alltagslebens’ noemde, zo lees ik op het internet. En we kunnen aan dat rijtje ook nog het verkeerd horen toevoegen.
Zo vertelde weer een andere vriend mij onlangs hoe hij als overheidsvoorlichter eens telefonisch uitleg had moeten geven aan een journalist over het oplossen van problemen met een ondergelopen tunnel in aanbouw. "We gaan duikers inzetten die onder water gaan kijken waar het lek zit" had hij geduldig uiteengezet. De volgende dag las hij in de krant: "Duitsers in de Maas op zoek naar tunnellek".
Welke journalistieke hersenkronkel verantwoordelijk was voor deze 'fehlleistung', dat zal een raadsel blijven.

woensdag 29 februari 2012

Raspende klanken

'Je accent is al aardig afgevlakt' vertrouwt de Vlaamse skimonitor me toe, nadat hij mij 's morgens in de gang van het hotel heeft begroet met een Jiskefetachtig 'goedemorgend!'. Ik heb hem zojuist bekend dat ik uit Nederland kom - alsof hij dat niet allang had gehoord. Zelf heeft hij een Groningse vriendin die al 35 jaar in Antwerpen woont en 'waar je niets meer aan kunt horen'. Die opmerking over dat afgevlakte accent is uiteraard bedoeld als compliment, want Vlamingen hebben weinig waardering voor het in hun ogen (of beter: oren) erg slordige en schurende taalgebruik van hun noorderburen.

Hoe zorg je nu dat je als enige 'Ollander in een gezelschap van pakweg honderd Vlaamse wintersporters niet te veel opvalt? Of erger nog: dat je als vervelende kaaskop wordt weggezet? Je probeert, geheel tegen je Hollandse natuur in, niet meteen je ongevraagde opinie over alles te geven. En als je dan je mond opendoet, draai je de volumeknop tot de helft terug en slik je de raspende g's en Gooische erren zo veel mogelijk in. Voor een zo bescheiden en terughoudend mens als ik - al zeg ik het zelf - is dat natuurlijk een fluitje van een cent (daarom vind ik het ook zo fijn in Vlaanderen). Maar voor veel van mijn vakantievierende landgenoten geldt dat niet. Dat kan ik hier op de skipistes dagelijks vaststellen. 'When in Rome, do as the Vandals', lijkt het motto van de Nederlander in het buitenland.

Aan raspende klanken overigens geen gebrek in deze gemêleerde Vlaamse Skikolonie. Het grote contingent Oost- en West-Vlamingen communiceert onderling onbekommerd in hun eigen ruwe taalvariant: een lepel Zeeuws, wat Fries erdoor zo te horen. Even roeren en er komt iets voor mij compleet onverstaanbaars uit. Ik voel verzet in mij opkomen: zoveel complexloze dialectsprekers, en ik mag niet eens een beetje plat Poldernederlands praten? Ach, ik houd me maar gedeisd en neem nog een pintje. Het is niet het moment om Hollander te zijn.

maandag 30 januari 2012

Fijne slogans

Muziek. Altijd. Overal. Zo luidt de lokroep van de firma Bose, createur van audiofiele systemen die zo duur zijn dat de prijzen nergens worden vermeld (geld speelt geen rol op dit niveau). Mij klinkt het eerder in de oren als een geloofwaardige beschrijving van de hel, maar daar wil ik het nu even niet over hebben.

De fijnste reclameslogans vind ik die waarmee welbeschouwd helemaal niets concreets wordt gezegd: 'Echt HEMA', 'De beste drinkers drinken het', 'Retteketet, naar Beter Bed'. Allemaal even inhoudsloze als doeltreffende reclameleuzen. Sommige zijn zo onovertroffen in hun eenvoud, dat ze wel door een echte dichter bedacht lijken, en soms is dat ook zo: Martin Veltman, geestelijk vader van het onsterfelijke 'Heerlijk, helder, Heineken', was ook de auteur van zo'n tien slechtverkochte dichtbundels.

Een goeie 'baseline' verzinnen is niet makkelijk. Neem nu de energiebedrijven. Verkopen een product waar je niks mee kan. Stroom, gas: niet cool, niet sexy - ik imiteer even het typische reclame-steno waar copywriters zich zo graag en kwistig van bedienen. De energieprijsbrekers komen nog met redelijk energieke teksten op de proppen ('Ik zeg: doen!'). Bij de rest is het futloosheid wat de klok slaat: 'Eneco energie. Mijn energie', 'Energie vraagt om energie, energie vraagt om Essent'. Ja, zo kan m'n kleine zusje er nog tien bedenken.

Alles goed en wel, hoor ik u denken, maar als jij het allemaal zo goed weet, verzin dan zelf eens iets beters! Hmm, even denken... Ja hoor, ik heb er een:
'Verheij gas en licht: betaal op tijd of de kraan gaat dicht'.

maandag 23 januari 2012

Gemeen

Soms heb ik wel eens zin om iemand te laten struikelen.
De vrouw bijvoorbeeld die midden in de kakofonie van een vol kinderspeelparadijs lopend een boek leest, als een soort geestelijke die wandelende in de tuin haar brevier leest: serene gezichtsuitdrukking; rustige, afgemeten stappen. Te midden van het oorverdovend kindergeschreeuw en -geschrei, veinst ze volledig verdiept te zijn in haar geweldig interessante lectuur - een studieboek over stempedagogiek nota bene. Af en toe werpt ze glimlachend een afwezige blik in de richting van haar kleine spruit, die ergens in de ballenbak gemangeld wordt tussen vijftien leeftijdsgenootjes.

Ik moest plotseling denken aan de jongen die ik 35 jaar geleden op de schoolsportdag daadwerkelijk pootje lichtte tijdens een partijtje softbal.
Lelijke, loensende Jeffey, pispaaltje van de klas. Maar geweldig goed in softbal blijkt ineens, en onderweg naar een glorieuze homerun. Tot ik, verveeld op wacht bij het derde honk, even onzichtbaar als lichtjes mijn voet uitsteek, waardoor de nieuwbakken sportheld met een ijselijke kreet in het stof bijt. Een gebrul stijgt op uit de gelederen van klas 5. Arme Jeffrey krabbelt vloekend en jammerend overeind en druipt af als een geslagen hond. Uit het koor van lachers komt ineens een mooi, nobel en boomlang meisje op mij af, dat mij met rood hoofd toebijt: "Waarom deed je dat nou? Dat was... gemeen!". Ik haal mijn schouders op, mompel beschaamd iets, druip op mijn beurt af. Jazeker, gemeen was ik geweest. Redeloos gemeen.

Gelukkig voor die lezende aanstellerige mevrouw heb ik haar maar niet gevloerd en bleef het bij gemene gedachten. Niks mis mee.

donderdag 19 januari 2012

Twingo-bril


Het 90ste Autosalon in Brussel is een groot succes, vertelt de nieuwslezer. Het salon? Correct: salon is een onzijdig woord in Vlaanderen. En er zijn meer verschillen. Dit grote tweejaarlijkse auto-evenement is enigszins vergelijkbaar met de AutoRai in Amsterdam, maar trekt twee keer zo veel bezoekers en het schijnt er nog een stuk gezelliger te zijn ook.

Die hoge bezoekersaantallen zijn eenvoudig te verklaren: Belgen kopen veel meer nieuwe auto's dan Nederlanders. En dat verklaart weer waarom ik in Antwerpen op ongeveer elke straathoek op enorme billboards stuit met dit soort vreemdsoortige teksten:

'Vreugde is BMW'
'Bekijk het leven door een Twingo-bril!' (geen tuin? geen onkruid!)
'De nieuwe Lancia Ypsilon: zeg nee tegen de eentonigheid!'

Eentonig is het zeker, steeds diezelfde behoorlijk kinderachtige reclames. Vooral de kleinere middenklassers zijn net speelgoedauto's op mensengrootte, met hun bolle smoelwerk en loensende koplampen. Allemaal op dezelfde tekentafel ontworpen en door dezelfde windtunnel gejaagd, zo lijkt het (en het is ook echt zo geloof ik). Dat maakt het best wel heel moeilijk om opgewonden te raken van de nieuwe Lancia Ypsilon, hoe hard de reclamejongens ook nee zeggen tegen de eentonigheid.

Zeker niet eentonig is het verkeer in dit land. De rijstijl van de gemiddelde Belg kun je gerust als sportief omschrijven, met uitschieters naar roekeloos. Zodra hij zijn eigen straat uit rijdt, is het gedaan met zijn spreekwoordelijke gemoedelijkheid en vriendelijkheid, en drukt hij het gaspedaal diep in om het niet meer los te laten, of toch zo weinig mogelijk heb ik de indruk. Dat leidt natuurlijk tot de nodige brokken en een toppositie in de ranglijst van landen met de meeste verkeersslachtoffers. Maar misschien moet ik het wat meer door een Twingo-bril bekijken: geen veilig verkeer? lekker doorrijden!

maandag 9 januari 2012

K'heb getwijfeld over België...

Toen ik als kind met mijn familie op vakantie ging, was België vooral een nogal saaie en zo snel mogelijk te overbruggen strook land die ons scheidde van ons geliefde Frankrijk. Ik kan mij niet herinneren dat wij er ooit zelfs maar voor heel eventjes zijn gestopt.

Eén keer maar hebben wij België echt bezocht. Met de gehele familie togen we voor een weekendje naar Brussel. Daar werden we ontvangen door een erg aardig Franstalig echtpaar, dat ons bereidwillig rondleidde door de stad; ik geloof dat de gastheer een soort zakenrelatie van mijn vader was. Ik vond die twee Belgen geweldig interessant en exotisch, met hun on-Nederlandse kleren - hij droeg een hoed meen ik, en een bruin jasje op een zwart, fluwelige vest, zijn eega was een en al weelderige bontjas - en het vreemde, amandelachtige luchtje dat om hen hing.
We verbleven in een hotel dat helaas gelegen was aan een van Brussels drukste wegen, pal boven een van Brussels drukste kruispunten, zodat mijn broer en ik de halve nacht slapeloos uit raam hingen en het verkeer beneden observeerden.

Mijn volgende verblijf in België bracht ik door in Neufchâteau, een weinig opwindend plaatsje in de al even weinig opwindende Ardennen. Met het typische gebrek aan zelfkennis van een 17-jarige had ik besloten om juist daar, bij wijze van experiment, een hele week in mijn eentje te gaan kamperen. Vier dagen lang sprak ik geen levende ziel, lag de godganse dag op een halflek luchtbed 'Bij Nader Inzien' van J.J. Voskuil te lezen, en nuttigde 's avonds voor mijn ondermaatse tent het klassieke maal der armlastige kampeerder: witte bonen in tomatensaus uit blik. Intussen begonnen de sombere Ardense rotswanden steeds meer op mij neer te drukken... Gedreven door een onstilbaar verlangen naar menselijk gezelschap en koffie liet ik mij tenslotte maar adopteren door het barmhartige Nederlands echtpaar dat hun caravan tegenover mij had opgezet en ruim voorzien was van Douwe Egberts en zakken aardappelen.

Een jaar later bracht een compleet verregend weekje Spa bijna de doodsteek toe aan mijn 'België-beleving'. Geen wonder: ik associeerde dat land alleen maar met vierbaanswegen en druipende dennenbossen... Het mag dus een klein mirakel heten dat het helemaal goed gekomen is tussen mij en België en ik hier tegenwoordig zo geweldig gedij. Daar zijn veel Belgische bieren en stedentrips overheen gegaan. En ontmoetingen met sympathieke Belgen natuurlijk.

woensdag 28 december 2011

Lekker eten

Gisteren al zappende gestuit op een gloednieuw realityprogramma: 'Obese'. Zes te dikke mensen strijden een jaar lang onder vakkundige begeleiding tegen hun overgewicht. Hoewel de aanblik van de beklagenswaardige zwaargewichten een (ongetwijfeld ongezonde) fascinatie opwekt, overheersen uiteindelijk toch vooral afgrijzen en medelijden. Daar verhelpt het sausje van hypocriete menslievendheid waarmee deze trash-televisie is overgoten niets aan.

Snel overgeschakeld dus naar een van de vele culinaire realityprogramma's waar dit land aan verslingerd is. Onbekommerd smullen is er ook hier niet bij: de amateurkoks bestrijden elkaar in bikkelharde kookcompetities waarbij bloedige ernst en sacrale toewijding hand in hand gaan. De juryleden kennen geen genade als ze een niet helemaal goed gegaard visje of een wat slap afgekruid voorgerechtje krijgen voorgeschoteld: zonder pardon wordt de masterchef in spe naar zijn eigen keuken en de rangen der anonieme amateurs terugverwezen.

Laatst bezochten we een lokaal restaurantje dat de nodige pretenties uitstraalt. Alle ingrediënten van een 'toptent' waren aanwezig: een joviale en welbespraakte gastheer/chef (die met zijn omvang geen slecht figuur zou slaan in 'Obese'), gerechten met even indrukwekkende als onbegrijpelijke namen en muren in een erg sjieke paarse kleur. Het effect van deze kleurstelling was jammer genoeg nogal beklemmend en licht misselijkmakend. Ook een plotse interruptie door keiharde muziek ter ere van een wat ordinair verjaarspartijtje was niet bijzonder stijlvol. Tellen wij daarbij de niet uitzonderlijk goede keuken en de gepeperde rekening op, dan luidt het oordeel van de jury: leuk geprobeerd, niet door naar de volgende ronde.

zondag 4 december 2011

Hij komt, hij komt!


Altijd gedacht dat het paard van Sinterklaas Amerigo heette ... Tot ik er onlangs achter kwam dat het brave beest hier in België 'Slecht-Weer-Vandaag' wordt genoemd. Toen ik mijn geliefde bekende dat ik dat maar een rare naam vind voor een paard, was haar antwoord: 'een man van onbestemde leeftijd, maar minstens honderden jaren oud, die over de daken rijdt en cadeautjes in de schoorsteen gooit, is dat níet raar?' Daar zit wat in.

Ook het Grote Kinderfeest levert weer stof voor ons favoriete gespreksonderwerp: de vele merkwaardige verschillen tussen Nederland en Vlaanderen. Zo legt men hier bij het zetten van de schoen niet alleen een wortel klaar voor de eerder genoemde trouwe viervoeter van de Sint. Ook een pintje voor de dorstige Piet ontbreekt niet. In Nederland lijkt me zo'n pedagogisch onverantwoorde versnapering ondenkbaar, al sluit ik niet uit dat het beneden de grote rivieren ook gebeurt. Het is maar te hopen dat Piet niet op een van de vele alcoholcontroles hier in de buurt stuit.

Het meest opmerkelijke verschil is wel dat de Sint hier zijn cadeautjes niet inpakt: alle geschenken liggen op de ochtend van 6 december (en niet op 5 december) open en bloot op een grote tafel uitgestald, te midden van snoepgoed en mandarijntjes. Deze 'Shock and Awe'-strategie heeft een verpletterend effect, zoals ik persoonlijk heb mogen meemaken. Kinderkreten van verrukking en extatische blijdschap stegen op vanaf de begane grond bij het aanschouwen van de massale collectie Lego Ninjago, Playmobil en andere diepgewenste schatten die Sintlief 's nachts had uitgestort. Ik vind deze aanpak des overvloeds zeer geschikt voor Vlaanderen en neem dan ook eerbiedig mijn hoed af voor de grote wijsheid en mensenkennis van de Sint.

dinsdag 11 oktober 2011

Je beste kameraad

Ze zijn zeer zeldzaam geworden, misschien wel uitgestorven, zelfs onder de leden van mijn generatie. Maar ze bestaan nog wel degelijk: mensen met ontzag voor uniformdragers. Een van die mensen ben ikzelf.

Met uniformdragers bedoel ik uiteraard niet de harkerige beveilingsbeambten die tegenwoordig bij de ingang van elk warenhuis of openbaar gebouw wortel staan te schieten. Nee, dan heb ik het over echte politieagenten, dienaren der koninklijke marechaussee of douanebeambten: stramme gezagsdragers met snorren, handboeien en liefst een dienstwapen aan de riem. Mijn favoriet is de motoragent, die zo lekker autoritair met een handgebaar en fluitje het spitsverkeer in de berm zet om een colonne van die geblindeerde diplomatensleeën ongestoord door te kunnen laten cruisen.

Niet dat ik nu zo'n geweldige brave Hendrik ben die zich altijd maar angstvallig aan de wet houdt. Ben je gek. Ik pik ook wel eens een rood verkeerslichtje mee, of zet de vuilniszakken te vroeg buiten. Maar zodra ik staande word gehouden door oom agent, ben ik altijd een toonbeeld van nederigheid en beleefdheid. 'Ja agent, nee agent. Ik zal voortaan beter opletten agent.' Dat werk. Ja, een wat kruiperige houding inderdaad. Ik weet ook wel dat je als Hollander aan je stand verplicht bent om de smeris zo niet op een een grote mond, dan toch op z'n minst op een norse, onwelwillende houding te trakteren. Maar ik lijd aan die ongeneeslijke autoriteitsgevoeligheid die het gevolg is van een al te degelijke, op vooroorlogse leest geschoeide opvoeding. Wat doe je eraan?

Dat het ook anders kan, ervoer ik laatst in het centrum van Antwerpen. Misschien had de bestuurder van de patserige sportwagen gewoon niet door met wie hij van doen had. Hij vond het in elk geval nodig eens eens flink op de claxon te drukken toen het politiebusje voor hem bij groen licht naar zijn zin niet snel genoeg optrok. Dat kwam hem uiteraard op een fikse reprimande te staan van de twee inzittende dienders, want zoals iedereen weet valt er met de Belgische politie niet te spotten. En ik? Ik stond erbij en verkneukelde mij. Niets fijners dan toekijken hoe een ander door de sterke arm ter verantwoording wordt geroepen. Zo ben ik dan ook wel weer.

donderdag 25 augustus 2011

My memorable game

De befaamde (en infame) schaakgrootmeester Bobby Fischer heeft een boek geschreven dat 'My 60 memorable games' heet. Zelf kan ik misschien bogen op één 'memorable game', maar die is vooral 'memorable' omdat ik er nog vaak aan terugdenk.

De ontdekking dat ik niet beschikte over grootmeestertalent heeft heeft mij er niet van weerhouden om altijd fanatiek te blijven schaken. Ooit speelde ik zelfs niet onverdienstelijk bij een zeer gemoedelijke schaakvereniging in het zuiden des lands. De speelzaal, genaamd 'D'n Beer', stond in directe verbinding met het gelijknamige café, wat het spelniveau van sommige dorstige tegenstanders niet ten goede kwam. Dat leverde heel wat gemakkelijke overwinningen op.

Op een avond kwam er een heuse schaakmeester een simultaan geven, een soort demonstratie waarbij de topspeler het tegen meerdere amateurspelers tegelijk opneemt. Zoiets is het beste te vergelijken met een oefernmatch tussen Barcelona en FC de Volewijckers: een eervolle, maar tamelijk kansloze affaire voor de niet-profs.

Binnen een half uur had de meester de eerste scalpen aan zijn zadel hangen. Op een of andere manier wist ik zelf ongeschonden door de Hollandse opening te komen (voor de kenners) en ik constateerde dat ik zeker niet slechter stond, misschien zelfs een heel klein beetje beter. Een uur later werd er nog maar aan drie borden geschaakt. De maestro had iedereen inmiddels van het bord geveegd en de andere twee overlevenden stevenden ook op verlies af. Mijn stelling daarentegen stond op miraculeuze wijze nog steeds fier overeind, sterker nog: er lag winst om de hoek.

Toen dit ook tot de mijn clubgenoten begon door te dringen dromden ze samen rond mijn tafel om het mirakel te aanschouwen. Daar verscheen de topschaker aan het bord. Hij keek enige tijd peinzend naar de stelling en stak toen glimlachend zijn hand uit. In de triomfantelijke overtuiging dat ik de partij gewonnen had nam ik de uitgestoken hand aan. 'Gefeliciteerd' zei hij 'een mooie remise'. Ik zakte verbouwereerd terug in mijn stoel. Gelijkspel?... had ik niet gewonnen gestaan?

Die vraag is nooit beantwoord, want de partij is helaas niet bewaard gebleven. Maar het werd natuurlijk nog wel een lange, vrolijke avond in café 'D'n beer'.

Handgeschreven wijsheden

Ik bewaar al jaren een groen schriftje met mijn ex-librisstempel op de voorkant. Er heb er in geen dertig jaar in gekeken, maar laatst nam i...